CV

Marieke Bolhuis (1962)

mobiel 06-10641569

Opleiding:

1980 - 1981

- Rijksacademie voor Beeldende Kunst, Amsterdam

1982 - 1984

- A.K.I., Enschede


Selectie solotentoonstellingen:

 installatie 'Het verlangen moet groot zijn', W139, Amsterdam

'Pebbles on the beach', W139, Amsterdam, cat.

'Pebbles on the beach', W139, Amsterdam, cat.

installatie 'The garden of Atlantis'

There's no Place, oud- Amelisweerd,Bunnik

installatie veer een hotelkamer, z.t., Pulitzer hotel, Amsterdam

Room for space', plafondschildering "Ixion", Vishal, Haarlem

By numbers

1990

- installatie 'Het verlangen moet groot zijn', W139, Amsterdam

-'Pebbles on the beach', W139, Amsterdam, cat.

1991

- installatie 'The garden of Atlantis', oud- Amelisweerd,Bunnik

1992

- installatie 'Tree x three', ABN_AMRObank, rembrandtsplein, Amsterdam

1994

- galerie de Expeditie, Amsterdam

1996

- installatie 'T's een groen groen groen knollen knollenland',  stedelijkmuseum, Zwolle

1998

- installatie 'Shoppingbag horses', Oerol festival, Terschelling

1999

- Art Book, Amsterdam, uitgave i.s.m. L. wolf

2000

- installatie 'Over paarlen en zeeschuim', Oerol festival, Terschelling

2003

- 'Ontworteld boompje', galerie NP40, Amsterdam

2004

- 'Verloren/gevonden', HEMAKijkkasten, Amsterdam

2005

- 'Solo prints and objects', galerie AdK-actuele kunst, Amsterdam

2006

- 'Solo prints and objects', 'Speelhuis', Helmond

- 'Solo prints', Hirado, Nagasaki , Japan

2009

- Installatie "De Expeditie", 'Glasrijk', Tubbergen

2010

- Matsuo Megumi+VOICE gallery, Kyoto, Japan

2011

– Standing on the Edge, between the lines, Ververs Gallery, Amsterdam

2012

- SVB Bank, Amstelveen

2014

Galerie Oranjerie, Amsterdam


Selectie groepstentoonstellingen:

1984

- Markt 17, Enschede

- Koninklijke subsidie, Amsterdam

1985

- Stipendia 1984, Den Haag, cat.

1988

- 'Man Ray passed twice', super-8 film, W139, Amsterdam,cat.

-'A.V.E.' festival, Hooghuis, Arnhem

- 'Koelkasten tentoonstelling', Oceaan, Arnhem

1993

- 'Auto Design', Kunsthal, Rotterdam

- installatie' Parachute for a drop-out', Atelier Memoire,Parijs

1994

- installatie z.t., Vishal, kleine zaal, Haarlem

- 'Prominentenkeuze', Kruithuis, Den Bosch

1996

- installatie voor een hotelkamer, z.t., Pulitzer hotel, Amsterdam

-'The dutch connection', Marshall Arts, Memphis, Tennesee, USA

1997

- installaties 'Terraria', Pulitzer Gallery, Amsterdam

- galerie Metis, Amsterdam

-'Room for space', plafondschildering "Ixion", Vishal, Haarlem

1999

- Pulitzer Gallery, i.s.m.. Arjanne van der Spek, Amsterdam

- installatie ' Ho horse, sleep well', beeld op het strand, oerol, Terschelling

2000

- drie installaties voor de 'grote sloot in beeld' route, Zijpen

2001

- 'Polderlicht', 2 video installaties, Amsterdam, cat

2002

- 'Sold', tentoonstelling en veiling bij Christies, Amsterdam, cat.

2004

-'prent-nu', c-prints,Loods 6, Amsterdam

-'Vloedmerk',installatie op het strand, Heemskerk, cat

- 'Kunstvlaai', c-prints, Amsterdam

2005

- 'prent-nu', c-prints,Loods 6, Amsterdam

2006

- LACDA, L.A., USA

- Art Amsterdam, Parc-editions,Amsterdam

- Phoebus, ladenkast project, Rotterdam

2007

-International Print Center New York, IPCNY, autumn 2007, New York

-‘Cumulus’, gast curator voor artist space, NP40, Amsterdam

2008

-Anchor graphics and [c]space at Columbia college Chicago, USA

- Art Rotterdam, Frederieke Taylor gallery uit New York

- Art Amsterdam, PARC-Editions

- Peace Museum, Nagasaki, Japan

-Gallery Art Studio G++, Nagasaki, Japan

-'It's not easy', Exit Art, Chelsea, New York, USA

-New Prints 2008 autumn, IPCNY, New York, USA

-Night of 1000 drawing, Artists Space, New York, USA

2009

-Europe now, Seyhoun gallery, West -Hollywood , LA, USA

2010

-Arti nieuwe leden tentoonsteling, Amsterdam 

-In de Hal 4, Loods6, galerie Wit, Amsterdam

-PAN art fair RAI Amsterdam, Eduard Planting Fine Art Photographs

- Galerie Wit, Loods 6 Amsterdam

2011

- mail art project, VanAbbe museum, Eindhoven

- Los Angeles Art Association, met C.A.R. en Ververs Gallery, LA, USA

- Het is aan, Nieuw Dakota, Amsterdam

- C.A.R. contemporary Art Ruhr, Essen , Duitsland

- CBK-Oost, Boundless, Amsterdam

2014

- Heemtuin, Leiden

 

Selectie nevenactiviteiten:

1990

- gastdocent Rietveld academie Amsterdam

1991-1994

- voorzitter bestuur W 139, Amsterdam

1992

- rijksgecommiteerde, afd. schilderen, grafiek en monumentaal, Koninklijke academie, Den Haag

1994-1996

- Culturele Raad Noord- Holland, commissie Beeldende Kunst

1994-1998

- Amsterdamse Kunstraad, commissie Beeldende Kunst beleid

2001-2007

-advies commissie Amsterdams grafisch atelier

2006

-workshops, Hirado , Nagasaki, Japan

2007+2010

-gastdocent academie voor beeldende vorming, Amsterdam

2014

- jurylid Zomer Expo, Haags Gem Museum, Den Haag

- Gecommiteerde eindexamen Academie voor BV Amsterdam


Subsidies, nominaties e.d.

2013

- AFK, 3 beelden

2006

- Artist in Residence; Hirado Japan

2005

- Studie reis naar Iran, Peter Paul Peterich Fonds.
Prins Bernard Cultuurfonds.

2003

- Basisstipendium fonds BKVB

2000

- Mondriaan fonds installatie voor het Oerol festival

1998

- Mondriaan fonds installatie voor het Oerol festival

1997

- Basisstipendium fonds BKVB

5 X

- Productie budget gem Amsterdam

3 X

- Koninklijke subsidie 1984, 1985 en 1996

1992

- Ministerie van OCW ;wandbespanning Oud -Amelisweerd

1985

- Startstipendium fonds BKVB

Selectie opdrachten:

Stichting 'Oud- Amelisweerd', Bunnik
Drukkerij 'Lindenbaum', Amsterdam
Hindoestaans cultureel centrum 'Vikaash', Amsterdam
'licht en donker', gem. Buren
Hirado, Nagasaki, Japan

Selectie bibliografie:

Flora Stiemer, 'Marieke Bolhuis verpakt gevaar in schoonheid', AD 29 mei 1992
Thea Figee, 'Marieke Bolhuis maakt zich mooi kwaad', Utrechts Nieuwsblad, 6 juni 1992
Tineke Reijnders, 'Isn't she pretty', uitgave Artotheek-oost
Catherine van Houts, 'Schone schijn en grimmige lagen', het Parool, 4 mei 1993
Wim van Beek, 'Kunstmatige landschappen houden de kijker gevangen', Zwolse courant, 10 augustus 1996
Flora Stiemer, Rebellie tegen de kringloop', AD 9 oktober 1997
Ine Poppe, 'Het landschap volgens Marieke Bolhuis', N.R.C. handelsblad, 11 augustus 2000
Alex de Vries, Valley of Alamut, www.galleries.nl, 2006
Angela van der Elst, 'Het is goed om naast de kunst een paard te hebben', de groene amsterdammer, 6-4-2007
Katja Rodenburg "Marieke Bolhuis" serie Camera Lucida, HUMAN, zomer nummer 2008

werk o.a. in het bezit van:

Ministerie Buitenlandse Zaken, De Nederlandse ambasades in Abu Dhabi, Dubai, Manila , Teheran, Washington and Shanghai.
Akzo-Nobel foundation,
Abn-Amro collectie, 
Collectie Amersfoortse verzekeringen, 
UMC Utrecht,
Rabobank, 
Shell Amsterdam,
TU Eindhoven,
Link Art Company,  
Gemeente Amsterdam, 
Heden Den Haag, 
CBK Amsterdam oost-Watergraafsmeer, 
CBK Groningen en  Kunstcentrum Zaanstad 

Selectie TV interviews:

1990 Studio Rembrandt, RTL
1991 & 1992 Opium, AVRO

1999 Ho horse sleep well, TV Friesland 

2000 Over paarlen en zeeschuim, oerolfestival, VARA

diverse radio interviews

Literatuur

 

 

Artikel April nr "Eigenhuis en Interieur", 11 pagina's, Atelier; 2011

 

 

Productie Rob Jansen Fotografie James Stokes (atelier) Tekst Esther Darley

 

Breuklijnen, hotspots en tektonische platen, het zijn de zwakke plekken in de aardkorst die Marieke Bolhuis fascineren en inspireren. Als ze op dreef is praat ze erover als een volleerd geoloog. Maar in haar atelier, een tuinhuis midden op een tuincomplex bij Driemond, onder de rook van Amsterdam, lijken deze gevarenzones ver weg. “Mijn atelier is een denkplek. Hier bekijk ik mijn werk. Dat kost tenslotte het meeste tijd.”

 

Bolhuis (Hilversum, 1962) vond de plek tien jaar geleden toen ze er langs reed op haar paard. “Er lagen overal funderingsplaten in de modder. Hier gaat gebouwd worden dacht ik. Ik ben er meteen op afgestapt.” Ze had al wel een atelier, midden in de stad, maar ze had behoefte aan een eigen ruimte. En aan rust. Die heeft ze hier zeker gevonden. De ramen bieden uitzicht op water en een winterse tuin. Binnen brandt de oliekachel en bekijkt Bolhuis vanuit haar luie stoel haar werk aan de muur: foto’s van uitgestrekte landschappen die bij de tweede blik een vreemd en verontrustend karakter hebben.

 

“Een fascinatie voor het landschap heb ik altijd al gehad” zegt Bolhuis. “Toen ik nog schilderde was dat terug te zien in mijn doeken. Maar ook als kind voelde ik die aantrekkingskracht van het landschap altijd al. Ik bracht de zomers door op Terschelling bij mijn opa en oma; het dwalen door de duinen voelde als thuiskomen.” Ze komt er nog steeds veel, werkt er ook en maakte verschillende keren beelden voor Oerol – de tweede keer een uit de kluiten gewassen paard van wilgentakken op het strand dat gedurende het festival langzaam maar zeker volstoof met zand en veranderde in een duin. “Eerst maakte ik vooral werk op locatie. Grote installaties die soms wel een jaar aan voorbereiding en organisatie kostte.” Maar ondertussen ging het denken verder. “Er was meer en ik wilde sneller kunnen werken om mijn verhaal te kunnen vertellen.”  

Toen Bolhuis in 2003 door het Amsterdams Grafisch Atelier werd gevraagd werk te maken om een nieuwe computergestuurde printer uit te proberen viel het kwartje. “Ik maakte een collage van beelden in een landschap. Toen realiseerde ik me dat ik, door zo te werken, overal mijn eigen landschap kon uitzoeken. Vanaf dat moment werd de wereld mijn atelier.” Sindsdien drijft haar werk Bolhuis steeds verder van huis: ze reist naar Japan, Iran, Egypte, IJsland en Jordanië. Wat ze daar zoekt? “Ik ben altijd geďnteresseerd geweest in de manier waarop wij als mensen omgaan met de natuur. Hoe je een balans vindt tussen leven en respect voor je omgeving.” Maar gaandeweg werden die vragen prangender. “We dumpen afval, buiten mensen uit....Waar ligt de oorsprong van een beschaving die dit soort zaken laat gebeuren? Hoe is ons denken hierover ontstaan? Ik kwam uit bij het ontstaan van de aarde en de manier waarop de mens zich daarop heeft gevestigd. Toen ik me realiseerde dat we met z’n allen op een heel dun schilletje wonen ben ik de breuklijnen van die schil gaan volgen.”

Op de muur prijkt een serie werken van een tocht door IJsland waar ze te paard dwars doorheen trok. Bolhuis heeft de immense vlaktes voorzien van aantrekkelijke maar ook vervaarlijk gloeiende uitstulpingen. Een bijna surrealistisch effect. “Op de breuklijnen bevinden zich ook de meeste vulkanen. Daar is de aardkorst letterlijk het dunst. Alsof je zomaar over de rand kan vallen, de onderwereld in. Die angst is vaak maatgevend voor hoe een mens zijn bestaan inricht. Het is er zoeken naar een evenwicht. De vulkaan geeft en neemt, net als de zee. De grond is er enorm vruchtbaar door, maar de vernietigende kracht is beangstigend. Maar met surrealisme ben ik niet bezig hoor”, lacht Bolhuis. Nee, het is eerder andersom.” Nadenkend: “Ik hoop dat mijn werk vragen oproept... Het gaat me eerder om het ontrafelen van de zo vreemde wereld. Het is ook geen romantisch verlangen naar de oerbron. Maar als je de geschiedenis induikt kom je heel veel dingen tegen die naar het nu verwijzen, dat helpt me de wereld te begrijpen.”  

Het reizen zelf is daarbij voor Bolhuis wel essentieel. “Ik stuit op situaties en verhalen die ik vooraf niet zou kunnen bedenken. Zo was ik vorig jaar in de Sinaď, op de grens met de Golf van Akkaba, precies aan de rand van zo’n tektonische plaat. Tot mijn grote verassing zag ik daar midden in een heel onherbergzaam gebied staketsels staan, huizen in aanbouw, lantaarnpalen zelfs, maar nooit afgemaakt. De mens was hier geweest maar weer vertrokken. Ik was verbijsterd. Ik ben op zoek naar het ontstaan van de aarde en hoe we daar als mens structuur in aanbrengen en daar lag zomaar het antwoord. Een moderne archeologische site zou je kunnen zeggen, precies op zo’n breukvlak. Hier kwam alles perfect samen.”  

Toch komen al die ideeën pas thuis, achter de computer volledig bij elkaar. “Zo’n reis kost veel energie, ik slorp alles op. Vaak herken ik in het beeld pas later de kennis die ik eerder had opgedaan. Kijk”, Bolhuis wijst naar een stervormige aardewerken bol bezet met figuren, die boven op een plank ligt. “Dat beeld heb ik jaren geleden gemaakt maar nu pas zag ik dat het klopte. Ik monteerde het in de Sinaďfoto’s. Het is als het pluisje van een paardenbloem, maar dan van klei, de aarde waar we ook uit voortkomen. We waaien er gewoon in. Dan gaan we aan de slag. Zaaien, oogsten en oorlog voeren.”  

Bolhuis’ oeuvre bestaat grotendeels uit foto’s die ze zelf ‘voorstellen voor installaties’ noemt, maar het uitvoeren van die installaties is daarbij niet meer nodig. Het denkproces in gang zetten, daar gaat het haar om. Wel belangrijk is het formaat. “Ik wil dat je als toeschouwer het gevoel krijgt dat je er ‘in’ kan; dat je de ruimte kunt ervaren. Dat maakt bijvoorbeeld de beelden van Richard Serra ook zo overweldigend.”  

De ruimtelijke werken die ze zelf maakt, dienen vaak als props in haar foto’s en komen vaak in verschillende hoedanigheden weer terug. Maar soms worden het ook zelfstandige werken zoals haar dreigende en tegelijk verleidelijke glazen vulkanen. “Als lava snel afkoelt kan  er vulkanisch glas ontstaan. Het is voor mijn vanzelfsprekend om mijn foto’s te combineren met objecten van materiaal dat in de aarde voorkomt.”  

Een van haar recente werken is I don’t like mondays, een serie van vijftien digitale prints naar de wereldhit van The Boomtown Rats uit 1979 over een meisje van 16 dat opeens, zonder reden, vanuit haar huis op een schoolplein mensen doodschiet. Bolhuis bewerkte 15 verschillende vulkanische landschappen en verwerkte er de songtekst in.  “Het is de wereld op zijn kop. De impact die dit meisje veroorzaakte was groter dan welke vulkaanuitbarsting ooit. Vroeger voegden we ons naar het natuurgeweld, nu zijn dit soort nieuwe angsten maatgevend voor ons bestaan.”

HUMAN 2, zomernummer 2008, Rubriek Camera Lucida 
interview door de filosofe Katja Rodenburg



[ Titel ] Marieke Bolhuis


[ Creditline foto:] Angry Young Cloud 40 x 90 en 150 x 70, foto op satijn geprint geborduurd met glas kralen, 2008.

“Ik ga naar Japan voor de vulkanen en de Fuji. Dat is natuurlijk uitermate fascinerend. Zij zitten op de Ring of Fire, de breuklijn die helemaal naar Indonesië doorloopt. Zij hebben veel vulkanen, niet eentje dus maar heel veel. Deze foto heb ik gemaakt bij de vulkaan Aso. Het is een oude vulkaan, met een caldera [grote komvormige krater] van 35 km in doorsnede waarin zich nieuwe actieve en slapende vulkanen gevormd hebben. Het mooie is natuurlijk dat die vulkanen aan het begin van onze aarde hebben gestaan en men beseft steeds beter dat ze ook aan ons eind kunnen staan. Ze zijn zowel het begin als misschien het einde, we weten het niet. We denken misschien dat we zelf diegenen zijn die onszelf zullen vernietigen, maar het kan ook heel goed anders gaan. Vulkanen vindt je ook op allerlei andere planeten terug. Het is een heel elementair gegeven. Ze brengen het leven op aarde omdat ze de gassen vanuit het binnenste van de aarde de atmosfeer inbrachten. Hierdoor kwamen er bacteriën die van die giftige gassen weer zuurstof maakten. Ze zijn echte boodschappers. Zij maken die aardkorst, ze maken dat gesteente. Ze zorgen ervoor dat wij hier kunnen staan.
Het werk Angry Young Cloud is een heel gelaagd beeld. Het is niet alleen een foto, Het is inhoudelijk gelaagd én het is in materiaal gelaagd. 
Het is allereerst de afbeelding natuurlijk van de vulkaan. Toen ik die foto maakte, stond ik te wachten op het moment dat er een helikoptervlucht beschikbaar was. Die zou gaan naar een nog werkende vulkaan, waar nog gassen uit ontsnappen. Zo’n vulkaan is de enige plek waar je een kijkje in het binnenste kan nemen. Is het nu de hel of is het een teruggaan? Of is het een geboorte? Er zijn heel veel verschillende interpretaties. Tijdens het wachten zag ik deze, slapende vulkaan. Er was een donkere wolk en daar achter scheen de zon. En dat was zo’n mooi beeld, omdat het eigenlijk alles al in zich heeft. Het kan gaan regenen en de zon kan doorbreken: het kan twee kanten op. En dat heb je natuurlijk steeds, het zijn altijd twee kanten. En toen maakte ik op dat moment een foto. Als ik een foto maak, weet ik nog niet zeker of dat beeld dan inderdaad zo sterk is. Ik weet niet of ik het ga gebruiken. Dat moet eerst nog verder bezinken. Ik bewerk mijn foto’s bijna altijd. Een foto, zo direct van de camera, dat komt bij mij bijna niet voor. Je maakt altijd toch lichte
kleurcorrecties.Vroeger deed je dat in de donkere kamer, nu is dat dan gewoon op de computer.
Mensen doen daar soms heel moeilijk over, omdat het ‘zo puur mogelijk’ zou moeten zijn. Maar er is geen foto die niet bewerkt wordt. En dat was vroeger ook zo. Ik verberg dit niet. Ik voeg zelfs nog dingen aan de foto toe. Ik maak glazen objecten, van gesmolten glas. Om in dit geval zo’n donkere wolk nóg meer aanwezig te laten zijn dan de echte wolk al was, heb ik een ander exemplaar erover heen gezet. Glas komt van nature al in de aarde voor, vooral in de vulkanen in de vorm van vulkanisch glas. Dus glas is niets anders dan een hele bijzondere vorm van aarde.
Om de accenten te plaatsen die ik als kunstenaar wil plaatsen en de aandacht die ik daarvoor wil vragen, gebruik ik daarom juist dit materiaal. Om op die manier ook alles te verbijzonderen. Want dat is wat je als kunstenaar wil. Je wil aandacht vragen voor iets dat anders niet opgemerkt wordt. Of te weinig naar je zin. Het maken van een landschap gaat over het begin en het einde. Leven en dood. Het zijn hele elementaire vragen waarop alles gebaseerd is. Het is iets waar je eindeloos veel kanten mee uitkan. En voor mij hebben vulkanen daardoor een hele geheimzinnige macht, die heel onvoorspelbaar is en zo boven alles uitstijgt. Nu begint er een heel klein beetje begrip voor die vulkanen te komen, met die onderzoeken die er zijn naar bijvoorbeeld de uitbarsting van de Kraketau. De impact daarvan wordt steeds duidelijker. Het zijn natuurlijk symbolen en instrumenten van een alles verslindende of alles voortbrengende grootheid. 
Ik ben altijd door het landschap gefascineerd geweest. Als kind al ging ik naar de duinen om daar tot rust te komen en te denken. Om dan gewoon bij jezelf uit te kunnen komen. Dat je niet verstoord wordt door van alles. Later maakte ik eerst landschappelijke schilderijen en daarna installaties. Maar het verlangen om in een landschap te zijn werd steeds groter. Op een gegeven moment maakte ik ook installaties buiten en daarmee ben je al in een landschap. De vragen die ik mijzelf stelde waren of heel persoonlijk of toonden een betrokkenheid bij landschappelijke dingen. Het werk There’s no place... (1992) bijvoorbeeld ging over de bomen die gekapt werden bij Amelisweerd om plaats te maken voor een snelweg. En ik maakte The Garden of Atlantis (1991) dat ging over het dumpen van nucleair afval in de oceaan. Dat waren hele directe aanknopingspunten in de samenleving waarop ik reageerde. 
Maar nu ga ik de dingen steeds groter zien. En worden de vragen ook groter en dat maakt dus dat ik ook de wereld ben gaan over reizen. Er zijn nu drie series waar ik aan werk.De eerste serie is nog steeds een hele persoonlijke, dat is het strand. De tweede serie is het ontstaan van onze beschaving. Ik kom bijvoorbeeld net terug uit Jordanië. Deze belangstelling is begonnen toen ik op een tentoonstelling de Sumeriërs ontdekte en daar verwantschap mee voelde. Sinds twee jaar werk ik ook aan een derde serie. Deze serie gaat over het ontstaan van de aardkorst en de atmosfeer. Dat is zo groot, om dat te pakken, kan je je niet op één plek concentreren en moet je de aarde in al haar facetten zien. En daarvoor reis ik inderdaad van IJsland naar Japan. De hemel en aarde zijn één geheel. Gaia en Atlas... het is natuurlijk geen nieuw verhaal wat ik te vertellen heb, het is een oeroud verhaal. Het is zo fascinerend om te kijken hoe dun die aardkorst is en hoe die vulkanische activiteit is. Hoe de aarde helemaal kan bewegen en je het gevoel kan hebben dat je er inderdaad doorheen kan zakken en dat je in de afgrond kan tuimelen. Al die beelden krijgen dan betekenis op het moment dat je die aardkorst nadert. Het zijn hele oude beelden, waar niet voor niets allerlei kunstenaars en schrijvers mee bezig waren en nog steeds mee bezig zijn. Ik probeer daar mijn hedendaagse lagen aan toe te voegen”


De Groene Amsterdammer, 6 April  2007


Interview door Angela van der Elst
Foto Bob Bronshoff

‘Het is goed om naast de kunst een paard te hebben’

Marieke Bolhuis fotografeert historische landschappen en voegt daar zelfgemaakte kunstwerken aan toe. Door die combinatie hoopt ze ons bewust te maken van onze roots. Bijvoorbeeld in het verre Iran.

Marieke Bolhuis is een paardenmeisje. Of paardenvrouw. Niet met de sfeer van eindeloos getut met paardenborstels en rondhangen op een manege, wel met de wind om zich heen, een met het dier waarmee ze urenlang door bossen rijdt. Met haar lange, blonde haar in een wat verwaaide creatie op haar hoofd opent ze het hek van tuinvereniging Frankendaal in Driemond, een dorpje net naast Weesp. In een voormalig weiland daar staan enige tientallen huisjes, allemaal net iets verschillend ten opzichte van elkaar. De een heeft een veranda, de ander is helemaal van hout, een volgende bestaat vrijwel volledig uit glas. Tuintjes ervoor, die nu vooral bruin en modderig zijn. Een enkele overgebleven bloem fleurt het zaakje op.

Een paar keer per week komt Bolhuis vanuit haar woonplaats Amsterdam naar Driemond. ‘Ik reed hier een paar jaar geleden op mijn paard langs toen er allemaal betonnen platen in het weiland lagen; de bases voor deze huisjes. Het leek me fantastisch om hier een plek te hebben, dus ik ben direct gaan informeren. En nog niet alles was bezet; ik mocht mijn eigen huis hier neer gaan zetten.’ Bolhuis draagt regenlaarzen en een dikke broek en trui. Praktische kleren. Zij heeft op dit terrein haar atelier en daarin kan het koud zijn. Als het buiten drie graden is, is het dat binnen ook. Het kacheltje dat Bolhuis heeft neergezet doet er een paar uur over de ruimte van zo’n vijf bij zes meter te verwarmen. En als je daar in gewone kleren op gaat wachten, blijf je de rest van de dag verkleumd.
Het is een lichte, witte ruimte. Aan de muur hangen afdrukken van het werk dat Bolhuis maakte naar aanleiding van haar reis naar Iran in 2005. Foto’s van landschappen en bergketens, waaraan met de computer een glazen object is toegevoegd: groenblauwe water in een meer, een veelkleurige berg, een vulkaan of gestapelde stenen. Kleurig, wonderlijk, vervreemdend. Boven de bergen lijken Hollandse wolkenluchten te zweven.


Marieke Bolhuis:
‘Wij noemen dat zo,ja , maar misschien vinden Iraniërs het wel typische Perzische luchten. Van wie is de lucht eigenlijk?’ Een paar van de glazen bouwsels die Bolhuis met de computer aan de foto’s toegevoegd staan op de grond. Een centimeter of vijftien hoog, een diameter van zo’n dertig centimeter. Zo groot als ze op de foto lijken, moeiteloos passend bij het formaat van de bergen, zo klein zijn ze hier. Gestolde glasstromen en aan elkaar gesmolten, gekleurde, druppelvormige stukjes en scherven. Bolhuis:

‘Ze zijn gemaakt van oud glas, flessen meestal. Glas bestaat uit zand en soda; natuurlijke materialen die gewoon al bestaan op de aarde, net als de landschappen die ik fotografeer. Door mijn reizen en de foto’s die ik ter plekke maak, neem ik iets van die verre wereld mee hiernaartoe, maar ik geef ook weer wat terug. De objecten die ik toevoeg aan een plek die ik bezocht heb, om de aandacht van de kijker er naar toe te trekken, noem ik landmarks. Om daardoor misschien een besef te voeden over de rijkdom van die plaatsen, van een verleden dat we met zo veel volkeren verspreid over zo veel verschillende landen delen. We zijn van oorsprong niet zo verschillend als we graag lijken te denken- om het overzichtelijk te houden misschien, of om anderen makkelijker de schuld te kunnen geven van wat dan ook’.

Bolhuis’ werk ontstaat vanuit het verlangen naar een oorsprong. Naar het maken van contact met een rijke, historische plek:’Hetzelfde gevoel als toen Alphons Freymuth, van wie ik les kreeg op de academie in Enschede, me voor het eerst schilderijen van Permeke liet zien. Het gevoel van “opa”, van “thuis”, van “dit ben ík ook”. Het begon in Rome. Alles wat ik daar zag kwam eigenlijk ergens anders vandaan. Ik ervoer er geen authenticiteit en dacht: ik moet verder terug in de tijd. Maar in Egypte vond ik het ook niet. Toen bezocht ik een tentoonstelling in Leiden met beeldjes gemaakt door de Sumiriërs, en daar herkende ik iets in. En daardoor begreep ik dat ik naar Mesopotamië moest, waar zoveel van ons denken en handelen is begonnen. De bakermat van onze beschaving. Het gebied van de zijde- en handelsroutes. Het was fantastisch. Ik voelde die beschaving echt, voelde dat alles daar al heel lang aanwezig was. Daar ligt onze basis, maar dat bewustzijn is totaal in conflict met hoe wij nu, door Amerika, over die plekken denken en voelen. Het is vertroebeld.’

Zoals Bolhuis in haar werk werelden met elkaar verbindt, zo haakt ze vertellend allerlei elementen uit haar leven moeiteloos tot een hecht geheel. De zomervakanties die ze als kind bij haar opa op Terschelling doorbracht, de ziekte van haar zusje. Haar onontkoombare drang te tekenen. Het geconcentreerde, bijna meditatieve contact met haar paard Pet: ‘Een paard is een ongelooflijke spiegel van je gemoedsrust en vereist echt honderd procent aandacht. Voor mij is het heel goed om naast de kunst een paard te hebben. Het relativeert. Zo’n paard is volkomen autonoom, wars van alles.’

Dat hielp Bolhuis toen ze na een periode waarin het goed ging - ‘ik was jong en onbezonnen, straalde vrolijkheid uit en was overal welkom’ –terechtkwam in een tijd waarin het allemaal veel minder ging. Bijvoorbeeld door de zorgen om haar zieke zus. ‘Mensen weten zich geen raad als het niet goed gaat met je.’Zij was tien jaar lang ziek voordat ze stierf. Maar die periode ging niet over haar ziekte, maar juist over leven. Dat heeft me enorm verrijkt. Dat vind ik een voordeel van ouder worden, dat je beter in staat bent de dingen die je ervaart met je mee te dragen’.
Het had meer invloed. Na jaren alleen maar getekend en geschilderd te hebben, koos Bolhuis vanaf 1986 een andere koers. ‘Ik had behoefte aan meer betrokkenheid bij de wereld om me heen, wilde meer deelnemen aan de maatschappij.’ Kunstproblemen als vorm en kleur kwamen Bolhuis over als belachelijke luxe; dat was niet waarover het in het leven ging’.

Ze maakte van wilgentakken een enorm liggend paard (twintig bij dertig meter groot, tweeënhalve meter hoog) op het strand van Terschelling en drie dobberend dansende figuren in de branding van de zee. Geďnspireerd door de zomers op Terschelling? ‘Vast ook wel. Mijn opa woonde met m’n oma in een huis bij de haven, maar had een knutselboerderijtje ergens anders op het eiland. Dat was een fantastische plek. Hier kon hij zijn gang gaan, dingen uitvinden. Hij was nieuwsgierig naar nieuwe spullen, zoals een videorecorder. Die kocht hij en bestudeerde ‘m dan helemaal, met de dikke handleiding erbij. Hij hield van problemen en had altijd interessante oplossingen. Vooral zijn manier van leven is een inspiratie voor me geweest.’

Werken voor een baas is voor Bolhuis nooit een optie geweest. Toch probeerden haar ouders Bolhuis richting een zo normaal mogelijk beroep te krijgen. Bouwkunde studeren, of architectuur? Ze deed auditie voor de Rietveld Academie. Maar daar vonden ze haar te jong. (‘Ik was zó boos!’) Toen werd het de lerarenopleiding tekenen en handvaardigheid. ‘Daar moest ik ineens meepraten over de opvoeding van 12 tot 18-jarigen. Terwijl ik zelf zeventien was. Dat vond ik erg schizofreen en ben er daarom na drie maanden mee opgehouden.
Vervolgens gaf ze zich op voor alle kunstacademies in het land en legde uiteindelijk een grillig, zelf bij elkaar gesprokkeld pad af van Amsterdam naar Enschede. ‘Mijn ouders hadden helemaal niets met hedendaagse kunst. Ik heb me daar pas heel recent bij neergelegd. Maar opa wel. Die kwam kijken, reed met z’n eigen autootje van Terschelling naar Amsterdam, ver in de tachtig.’ Hij kwam naar exposities van Bolhuis’ foto’s van landschappen met glazen fantasieboompjes eraan toegevoegd, of vlinders met meisjesgezichten, zwevende paarden, sterren, twee ondergaande zonnen tegelijk, rode harten op het strand.

‘Eigenlijk gaat het me er steeds om duidelijk te maken dat veel plekken van iedereen zijn, dat dat wij en zij-denken zo beperkt is. Stromingen en verbanden zijn veel groter. Mijn werk is mijn manier van global thinking. Maar vroeger liepen we daar in Iran bijvoorbeeld allemaal bij elkaar’.


Literatuur

NRC Handelsblad, 11 augustus 2000

'Het verlangen naar buiten is enorm' weet Marieke Bolhuis.
Dat haar kunstwerken worden verzwolgen door de natuur, spreekt voor haar vanzelf.

door Ine Poppe

Marieke Bolhuis (1962) draagt een rijbroek en laarzen, haar lange haar is verwaaid.

Ze heeft op Terschelling een opa van in de negentig en een paard. Trots vertelt ze dat haar opa tot een paar jaar geleden haar met de auto in Amsterdam kwam bezoeken. Ze nam hem mee voor een tochtje in een rondvaartboot, waar hij als 65-plusser korting op kon krijgen. De eilandbewoner zag er nog zo jong uit dat hij eerst zijn bejaardenpas moest laten zien. ,,Ze geloofden niet dat hij al ver in de tachtig was", zegt Bolhuis.

Van jongsafaan brengt Marieke Bolhuis elke zomervakantie door bij haar grootouders op Terschelling. Daar werkt ze graag aan de zeereep, waar de wind het strand laat dansen voor de vloedlijn en de zee ruggengraten graaft in het zand. Uit het schuim duiken witte schimmen op en onder: Bolhuis heeft drie witte mensfiguren verankerd in de branding. Ze staan op witte bollen, op een lijn achter elkaar. De afstanden tussen de beelden of hun grootte valt onmogelijk te schatten. ,,De grootste eerst, achteraan de kleinste. Zo lijkt de zee nog oneindiger zegt Bolhuis. 'Over paarlen en zeeschuim' heet het werk.

Buiten

,,Ik hou van de stad en zou nergens anders willen wonen, maar het verlangen naar buiten is enorm," zegt Bolhuis. ,,Mijn werk is zich geleidelijk meer naar buiten gaan verplaatsen. Ik ben geïnteresseerd in wat wij met het landschap doen. De natuur roept dat verlangen op." Ze woont in Amsterdam en heeft sinds kort een tuinhuis buiten de stad als atelier. Als we er heen rijden, stoppen we kort om even naar haar paard te kijken. Hetzelfde paard dat ze op Terschelling bij zich had, staat nu in weiland bij een boer, een paar honderd meter van haar atelier. ,,Elke dag ga ik even rijden." In haar tuin tussen de andere tuinhuisjes toont ze een reeks foto's van een werk dat ze een jaar geleden op Terschelling maakte: een slapend paard van wilgentakken aan de voet van de duinen, dertig meter lang, zestien meter breed en drie meter hoog. Bolhuis: ,,De maat van een aangespoelde walvis." Ruim een maand ging ze elke dag naar bet strand met een aanhangwagen vol wilgentakken, opgehaald bij een sportterrein waarvan de bomen gesnoeid waren. De wilgentakken stapelde ze net zo lang op tot ze het paard had, met hoeven op het formaat van een mens. Het takkenbeeld ligt er nog steeds, maar het is duin geworden. De wind heeft het paard bestoven, hier en daar steken wat houten sprieten uit bet zand. Bolhuis volgde de Rijksacademie maar ze werd er vanafgestuurd met de opmerking dat ze te jong en te zenuwachtig was en misschien beter op haar plaats zou zijn in de verpleging. Een jaar later kwam ze terecht op de Academie voor Kunst en Industrie in Enschede. Na haar afstuderen exposeerde ze installaties onder meer in het landhuis Amelisweerd bij Utrecht en in de Warmoesstraat 137 in Amsterdam. Op Amelisweerd richtte zij een stijlkamer in door met de afdrukken van auto-, brommer- en fietsbanden een bos op bet behang te maken. Tijdens de expositie 'De groentesalon' van de schrijver Atte Jongstra in 1991 kreeg ze de kelder van het landhuis tot haar beschikking, waar een bodem water in stond. Ze legde er 500 flessen in, gevuld met verf die reageert op blacklight. Op de foto's die ervan over zijn, zie je blauwgroene elektriserende cirkels die weerkaatsen in bet water. Ze noemde het fluorescerende landschap 'The garden of Atlantis'. Bolhuis vertelt over haar jeugd in het Gooi. Ze was het kind van een vader op de grote vaart. Dronk ze een flesje frisdrank dan mocht ze nooit de dop terug op het flesje doen, want de flessen werden overboord gegooid en moesten kunnen zinken. Op school kreeg ze les over soortelijk gewicht en dat bracht haar op de gedachte dat er in de zee een laag moest bestaan waar alle flessen van de hele wereld zouden zweven, een veld van glas. Een van haar installaties in de Warmoesstraat stelde een binnentuin voor, genaamd 'Het verlangen moet groot zijn'. Van met paraffine gevuld beton maakte ze tientallen bloemen zo groot als een tulband. De tuin bestond uit strakke lijnen geschilderd op de vloer, de brandende bloemen op de kruispunten, als een mozaïek. In het midden van de paden stonden drie torens.

Weiland

Veel van Bolhuis' werk is vergankelijk, het maakt deel uit van het landschap. Wat er over blijft zijn foto's, schetsen en tekeningen. Op dit moment is er werk van haar te zien in de kop van Noord-Holland. De dorpjes Oudesluis en St. Maartensbrug zijn verbonden door de Grote Sloot, een acht kilometer lange weg aan een sloot. De gemeenten stellen beelden ten toon in de weilanden langs die sloot. Dit jaar zijn vijf kunstenaars uitgenodigd. Bolhuis kreeg drie weilanden ter beschikking en maakte 'tekeningen' in het gras. Het zijn anamorfosen, dat wil zeggen perspectieftekeningen die slechts vanuit een punt bezien kloppen. Toen Bolhuis voor het eerst bij de weilanden kwam, vertelde de boer haar dat zijn schapen en kalveren gewoon in de wei zouden blijven en dat haar werk afgeschermd zou moeten worden met schrikdraad. Bolhuis verbond door middel van paaltjes het schrikdraad dat er uitziet als wit lint en creëerde zo een tekening' van een enorme koe in het gras. Doordat de kalveren het gras eromheen wegvreten, krijgt de koe een vacht. Bolhuis heeft een rode stip op de weg geschilderd, vandaaruit zie je de tekening optimaal. Bezie je het beest van de zijkant dan lijkt het meer op een waddeneiland, een langgerekte vorm van witte lijnen. In een ander weiland, waar de schapen grazen, heeft Bolhuis in schrikdraad een schaap in een wolk uitgezet. Het derde werk laat een metersgrote kip zien van schrikdraad en kippengaas. Waarbinnen witte kippen rondlopen. Als straks de installatie verwijderd wordt, zal de koe nog enige tijd zichtbaar zijn, als een reliëf van gras. Net als het andere werk van Bolhuis lost zij vervolgens op in haar omgeving. Of de koe blijft oneindig aanwezig, net als de lucht.

Grote Sloot, in Beeldroute 2000. installaties in het Zijperlandschap.

Links

The Saatchi Gallery
De cultuur van de Nederlandse ku(n)st
www.prent.nu
www.galeries.nl
Volkskrant Noordzee